Goden en godenaanbidding onder de oorspronkelijke bevolking van Kemet

Goden en godenaanbidding onder de oorspronkelijke bevolking van Kemet
Student: Daniel P. Lockwood
Docent: Prof. Dr. Abner Belecamus
Universiteit van Antarcene, Faculteit Antropologie en Archeologie
Maart 416

*

Toen het land Kemet zes jaar geleden ontdekt werd, waren de gebruiken en gewoonten van de oorspronkelijke bewoners niet het enige die verbazing opwekten. Ook de godsdienst die door hen werd uitgeoefend leverde veel fascinatie en vragen op. Hoewel de Kemaanse religie in grote lijnen overeenkomst vertoond met de religie die hier in Arconteia beoefend word, verschilt hij nog dusdanig dat het vreemd en exotisch op ons overkomt.
Het grooste verschil is dat men op Kemet geloofd in meerdere goden zonder een uitdrukkelijke rangorde te maken. In Arconteia wordt ook wel in meerdere goden geloofd, maar men heeft meestal toch één god waar men meer mee heeft en een nauwere band mee heeft, zoals bijvoorbeeld St Cuthbert, Corellon Larethian, Ehlonna of Pelor. de overige goden komen meestal pas op de hoek kijken bij bepaalde situaties: voor een reis word een offer gebracht aan Fharlanghn, of aan Koriel voor een belangrijke academische test. In Kemet zijn er meerdere goden, elk met hun eigen ‘vakgebied’, en afhankelijk van de situatie en de noodzaak van de gelovige word er een offer gebracht of gebeden.
Er zijn in Kemet tien goden die actief worden aanbeden, plus een god die vroeger een cultus had maar tegenwoordig niet meer aanbeden word. Hier zal ik op het eind verder op ingaan, eerst zal ik de eerste tien goden beschrijven. Ook zijn er een aantal kleinere goden, die echter op zo’n lokale schaal slechts aanbeden worden dat het nauwelijks de moeite waard is ze te noemen. Deze zijn meer te vergelijken met lokale heiligen, die na eeuwen van aanbidding een (semi-)goddelijke status hebben gekregen. Op het hogere niveau van Kemet zelf spelen ze echter nauwelijks een rol, daarom zal ik ze hier ook niet bespreken.

Al’Asran is de god van de zon, in grote lijnen vergelijkbaar met Pelor. Het is interessant dat de zonnegod in Kemet een overwegend positieve connotatie heeft, terwijl men zich toch kan indenken dat dit hemellichaam, dat zo’n verwoestende uitwerking kan hebben in de woestijn, eerder een negatieve reputatie zou hebben. Toch word Al’Asran voornamelijk onder de Desheset (de nomadenbevolking) aanbeden zowel als brenger van leven als brenger van de dood. Van mensen die lange tijd in de woestijn weten te overleven zonder water of schuilplaats word ook wel gezegd dat ze zijn ‘getest door Al’Asran’ [Brown & Lawrence, 412]. Al’Asran word door hen ambivalent bekeken: aan de ene kant onderwerpen ze zich aan hem, aan de andere kant word het als een overwinning gezien als ze hem kunnen ‘verslaan’ (dat is, als ze ondanks de hitte en de barre omstandigheden toch kunnen overleven). Hoe dan ook zijn ze uitermate trots op hun god die zo streng en toch zo gul is.
Hajama is de god van de moed. Hij word aangeroepen voor een strijd of voor een daad waar uitzondelijke moed voor nodig is. Hij neemt meestal de gedaante aan van een krachtige strijder met een kort zwaard in zijn handen. Hajama word vooral aangeroepen door de kustbewoners van Kemet en niet zozeer door de Desheset.
Hakiyah van de Zeewind, of ook wel Hakiyah de Eerlijke, is de god van de waarheid. Ze is meestal afgebeeld als een knappe vrouw van middelbare leeftijd in het gewaad van een Hakima, een wijze vrouw. Hakiyah word aangeroepen als iemand een getuigenis moet afleggen of als iemand niet geloofd word.
Haku is de god van de (persoonlijke) onafhankelijkheid en de woestijnwind. Haku was erg populair tijdens de recente protesten en opstanden tegen het bestuur in Kemet. De Desheset geloven dat Haku altijd met hen meereist tijdens hun tochten door de woestijn en zich het prettigst voelt onder de wijdse sterrenhemel – net als zijzelf. [Bell, 414] Haku heeft twee verschijningsvormen: een ondeugende, speelse jongeman en een door de woestijnwind getaande oudere man.
Jauhar, of De Met Juwelen Bedekte of De Rijke, is de god van de rijkdom en het geluk, en word aangeroepen als iemand hoopt op veel geld, of juist gedankt als iemand veel geluk heeft gehad of rijk is geworden. Ze neemt de gedaante aan van een beeldschone, met juwelen behangen vrouw in een kostbaar gewaad. Ze word meer aanbeden in de steden, waar mensen belang hechten aan goud en kostbaarheden, dan in de woestere gebieden. De Desheset roepen haar bijna nooit aan; ze geven de voorkeur aan Haku of Jisan.
Jisan van de Vloed, of Jisan de Overvloedige, is de godin van vruchtbaarheid en productiviteit, vergelijkbaar met Tem-Et-Nu (zie hieronder). Ze neemt de gedaante aan van een vrouw in de bloei van haar leven. Ze word vooral aanbeden door boeren en andere mensen die aan akkerbouw doen en door vrouwen die een kind hopen te krijgen. Jisan heeft vaak een speelsere connotatie dan Tem-Et-Nu, die daadwerkelijk de moedergodin is. [Emerson, 413]
Kor de Eerbiedwaardige, of Oude Kor, is de god van de wijsheid. Hij neemt het aspect aan van een oude, eerbiedwaardige man die gehard is door de woestijn maar zijn scherpe geest heeft behouden. Kor word aanbeden door studenten of mensen die een test van wijsheid moeten afleggen. Er is in Kemet ook een gezegde, ‘Kor zou hem om raad vragen’ dat betekend dat iemand erg oud is en erg wijs. Grootouders vertellen hun kleinkinderen soms dat ze net zo oud of nog ouder zijn dan Kor, iets wat veel indruk maakt. [O’Connor, 413]
Najm de Avontuurlijke is de god van avontuur, nieuwsgierigheid en ontdekkingslust. Hij word geassocieerd met reizen en avontuur en word dan ook vaak aangeroepen voor men op een lange reis gaat (vergelijk Fharlanghn). Hij is een typische trickster-figuur en er zijn dan ook veel verhalen over hem waarin hij nietsvermoedende reizigers op een onschuldige wijze bij de neus neemt. Najm neemt vaak de gedaante aan van een speelse jongeling die een wat elfachtig uiterlijk heeft. Najm is vooral populair onder kinderen, en van kinderen die nieuwsgierig hun omgeving verkennen word dan ook wel gezegd dat ze ‘Najm aan het spelen zijn’.
Selan de Maan, of ook wel Selan de Gracieuze of Selan van de Tuin, is de godin van de goddelijke schoonheid en gratie. Ze heeft het aspect van een prachtige jonge danseres. Selan word vooral door vrouwen aangeroepen als ze er mooi of gracieus uit willen zien, en door dansers voor hun optreden. Een vrouw kan geen groter compliment krijgen dan te horen dat ze net zo mooi is, zo niet mooier, dan Selan. [Stanhope, 415] De meeste tuinen hebben wel een klein beeldje van Selan om de omgeving te verfraaiien.
Tem-Et-Nu is dé moedergodin. Ze word geassocieerd met rivieren en water en word gezien als brenger van het leven. Onder de Desheset word ze meestal gezien als partner van Al’Asran: samen schenken ze leven aan de woestijn. Tem-Et-Nu neemt meestal de gedaante aan van een rijpe vrouw met lang golvend haar die in of bij het water staat. Ze word aangeroepen door mensen die op zoek zijn naar water of een nieuwe put aan het slaan zijn.
Zann de Geleerde, tenslotte, is de god van studie en intelligentie. Hij heeft meestal de vorm van een man van middelbare leeftijd in de gewaden van een geleerde of een priester. Hij word aanbeden door studenten en kinderen op school. Voor het begin van het schooljaar brengen bezorgde ouders vaak een offer aan hem uit, in de hoop dat hij hun kinderen zal helpen dit schooljaar goed hun best te doen en veel te leren.

De bovenstaande goden hebben vaak geen tempels die speciaal aan hen gewijd zijn. Alleen in de grootste steden zijn er tempels te vinden, die soms ontzettend varieren in hoe ze eruit zien. Meestal bevinden zich in huizen kleine altaartjes, waar de bewoners van het huis kleine offers kunnen brengen en tot de goden kunnen bidden. Ook zijn beeldjes populair, om mee te nemen als talisman, om op bepaalde plekken te plaatsen (Zann in een school, Hakiya in een rechtbank) of als gift (Najm of Jauhar aan een pasgeboren kind, Jisan aan een pasgetrouwde vrouw).
Er zijn onofficieel wel priesters, vaak wijze oude mannen of vrouwen die hun leven gewijd hebben aan een bepaalde god. Dit kan zijn omdat ze een speciale band voelen met deze god of omdat ze voelen dat ze door hem of haar getest zijn en goed bevonden zijn. [Evans & Pritchard, 416]
Een speciale groep is die van de Hakima. Dit zijn meestal vrouwen die een bovennatuurlijke gave hebben de waarheid te zien, hetzij in woord of gedaante. Ze aanbidden vrijwel allemaal Hakiyah, de god van de waarheid. Hakima zijn te herkennen aan hun karakteristieke gewaad en sieraden. Ze worden zowel vereerd als gevreesd: Hakima zijn bij uitstek geschikt als rechtsprekers en zieners, maar ze worden argwanend bekeken door die mensen die er juist baat bij hebben als hun bezigheden niet onmiddelijk worden doorgrond… [Hockenberry, 412]

Er is nog een elfde god in Kemet, een die niet actief meer word aanbeden maar waar nog wel veel tempels en schilderingen van te zien zijn. Dit is Al-Ishtus. Hij is de god van alles wat in de woestijn leeft. Al-Ishtus werd vooral in de oude beschaving van Nehekhara aanbeden, en vrijwel alle informatie die er over hem is komt dan ook van muurschilderingen in bijvoorbeeld de ruïnes van Bel Aliad of oude schriftfragmenten die in kruiken zijn gevonden. Ook zijn er wat volksverhalen over Al-Ishtus, waarin hij meestal als de kwaadaardige word afgeschilderd, als tegenstander van Hajama of Al’Asran. In tegenstelling tot de eerder genoemde goden heeft Al-Ishtus geen menselijke gedaante, maar neemt hij de gedaante aan van een zwarte schorpioen. Schorpioenen namen ook een belangrijke rol in in de cultus van Al-Ishtus: uit muurschilderingen blijkt dat het gif van de schorpioenen onder andere gebruikt werd in rituelen. [Belecamus, 415] Helaas is niet duidelijk welke rol Al-Ishtus speelde in de beschaving van Nehekhara, een positieve of een negatieve. Er zijn diverse muurschilderingen en fragmenten waarin hij afgebeeld word of genoemd word, maar deze zijn ambivalent. Het is niet duidelijk of de schorpioenen gebruikt werden als test of als straf. Helaas zal de cultus van Al-Ishtus waarschijnlijk altijd een mysterie voor ons blijven.

De religie van Kemet verschilt in grote lijnen niet erg van die van Arconteia, maar in de details juist wel. Waar Arconteia meerdere goden kent, is het toch in praktijk meestal een monotheïstische godsdienst: er is één hoofdgod en daarnaast kleinere goden die meer de rol van heiligen en tussenpersonen vervullen. In Kemet hebben alle goden daarentegen vrijwel dezelfde status: het is een polytheïstische religie die vooral onder het volk leeft en niet zo georganiseerd is als bijvoorbeeld de kerk van St Cuthbert. Echter, omdat we Kemet nog maar zo kort kennen is het zeker de moeite waard om hier verder naar te kijken en dieper op in te gaan. We hebben nog maar de oppervlakte van dit fascinerende gebied bekeken!


________

Gewone D&D goden in Kemet

De meeste gewone D&D goden zijn onbekend in Kemet. Sowieso kwamen ze pas met de kolonisten mee, en hun status is dan ook vergelijkbaar met die van het christendom in pas ontdekte kolonies bij ons: soms met harde hand er doorheen gedrukt, soms zijn mensen uit zichzelf bekeerd, maar meestal blijven de oorspronkelijke bewoners liever bij hun eigen goden.
Boccob, de god van de magie, is door een paar wizards en sorcerers overgenomen, met name omdat Kemet geen god had die specifiek over magie ging. Dit geld ook voor Wee Jas, de godin van de dood en magie: haar hulp word natuurlijk vooral aangeroepen bij de wat dubieuzere, kwaadaardige vormen van magie.
Corellon Larethian viel in de smaak bij de elven op Kemet, die hem voornamelijk naadloos in hun al bestaande pantheon op hebben genomen maar hem niet als hoofdgod vereren. Moradin sloeg daarentegen totaal niet aan bij de dwergen. Kemet kent geen gnomes, orcs of halflingen dus Garl Glittergold, Gruumsh en Yondalla hadden pech.
Ehlonna, de god van de bossen, veroorzaakte vooral verwarring: bos..? Ook Obad-Hai, de god van de natuur, was soms maar moeilijk te begrijpen en beiden zijn dus niet erg aangeslagen.
Ffarlanghn (god van het reizen), Heironeous (hoffelijkheid, ridderschap), Kord (kracht), Pelor (zon) en St Cuthbert (rechtvaardigheid) kwamen al in grote lijnen overeen met al bestaande goden in Kemet, dus zij werden meestal opgevat als simpelweg een andere verschijningsvorm van deze goden. Pelor is gewoon Al'Asran maar dan met een andere naam! St Cuthbert's Orde leverde wel wat vraagtekens op maar ook deze werd uiteindelijk geaccepteerd.
Erythnul (god van moorden/slachten), Hextor (tirannie) en Nerull (dood) werden maar door enkelen omarmd, en de rest van Kemet had al snel door dat ze deze mensen in de gaten moesten houden.
Vecna, de god van geheimen, werd tenslotte geïntereseerd bekeken door de mystici en priesters op Kemet, maar de meesten besloten toch bij hun eigen goden te blijven.

Goden en godenaanbidding onder de oorspronkelijke bevolking van Kemet

Antarcene Linda_Lupos